De vorige lessen gingen over middelen die je gezondheid een boost geven, beschermen tegen ernstige ziektes of deze juist voorkomen. Dat is de ene kant. Net zoals er aan elke medaille ok een andere kant zit, zo zit die ook aan stoffen die in onze voedingsproducten terecht kunnen komen. Het is dan ook niet voor niets dat er in Nederland meer dan 10 miljoen mensen chronisch ziek zijn; het aantal slechte, soms giftige stoffen, dat we dagelijks via onze voeding of leefstijl binnen krijgen, bestaat uit nog een redelijke hoeveelheid andere stoffen. Waar moet je nog meer voor oppassen?

Sommige experts beweren dat ons voedsel super veilig is. Daar is niet iedereen het mee eens. En, nogmaals, gezien het enorme aantal chronisch zieken, is er alle reden tot twijfel. De Engelse epidemiologen Doll en Peto, zeggen dat gemiddeld 35% van alle kankergevallen wordt veroorzaakt door het voedsel, waarbij alle ondergenoemde factoren een rol kunnen spelen. Dit betekent dat er in Nederland jaarlijks meer dan 10.000 kankergevallen door voeding voorkomen.

Algemeen

Voedingsproducten

Een dieet bestaande uit ongezonde voedingsproducten kan leiden tot overgewicht, obesitas of een tekort aan vitaminen, maar ook tot (ernstige) ziektes als diabetes, kanker en hart- en vaatziektes. Overduidelijk zijn pesticiden op onze groente en fruit, hormonen, zware metalen en antibiotica in het vlees en een scala aan ongezonde voedseladditieven (e-nummers) en stoffen die gebruikt worden in de verpakking (plastic).

Milieu

Omdat met name chemische bedrijven hun giftige goedjes lozen in het oppervlakte water, of uitstoten via hun enorme schoorstenen, staat onze gezondheid ook onder druk. Deze stoffen noemen we milieucontaminanten, denk aan dioxine, zware metalen en polychloorbifenylen.

Bereiding

Verder kunnen tijdens de ongezonde bereiding van voedsel stoffen gevormd worden (procescontaminanten), zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). PAK’s zijn kankerverwekkende stoffen die kunnen ontstaan als je eten laat aanbranden. Dit zie je vaak gebeuren bij het barbecueën. Denk aan heterocyclische aminen en acrylamide.

Natuurlijke toxinen

Maar de belangrijkste groepen gezondheidsbedreigende stoffen die in onze voeding aanwezig kunnen zijn, zijn natuurlijke toxinen zoals geproduceerd door planten (fytotoxinen), door schimmels (mycotoxinen), door mariene algen (fycotoxinen), en door bacteriën en oncogene (kankervormende) virussen en toxinen die aanwezig zijn in consumptiedieren, met name in vis.

Fytotoxinen.

Maar ook in planten zitten soms stoffen die ‘over het algemeen’ als onschuldig worden benoemd, maar in wezen giftig zijn. Denk aan sommige paddestoelen, maar ook aan aardappelen, waarin het giftige solanine voorkomt. Solanine kan bij een inname van 3-6 mg/kg lichaamsgewicht al dodelijk zijn.

Natuurlijke toxinen waarvoor bij de huidige consumptiepatronen en de te verwachten concentraties van de toxinen in de voeding grotere gezondheidsrisico’s te verwachten zijn, zijn te vinden in de groep van de mycotoxinen, de fycotoxinen en de bacteriële toxinen.

Mycotoxinen.

Mycotoxinen worden geproduceerd door schimmels en kunnen vóórkomen op granen, zoals tarwe, maïs en rogge, in noten, zoals pinda’s, en in melk. De belangrijkste mycotoxinen die in ons voedsel een risico vormen, zijn aflatoxinen, ochratoxine A, trichothecenen en fumonisinen. Afla toxinen veroorzaken bij de mens leverkanker, ochratoxine A mogelijk nierkanker, fumonisinen mogelijk slokdarmkanker en trichothecenen, waaronder het deoxynivalenol, groeivertraging en schade aan het immuunsysteem.

Fycotoxinen.

Fycotoxinen zijn de toxinen die vaak in schaaldieren voorkomen. Deze toxinen, veroorzaakt door algen, kunnen leiden tot verschillende ziektebeelden: vergiftiging, maag- en darmklachten, hoofdpijn, duizeligheid, braken, ongecoördineerde bewegingen, ademhalingsmoeilijkheden en verlamming. Dit toxine is tot nu toe niet in Nederlandse kustwateren aangetroffen.

Bacteriële toxinen

Het giftigste bacterietoxine dat wij kennen, is het botuline. Er bestaan 7 verschillende typen botuline, waarvan enkele van belang zijn voor de mens (A, B en E). Botuline veroorzaakt verlammingen. Vroeger kwamen botulinevergiftigingen regelmatig voor door vleesconsumptie, maar sinds het vlees wordt behandeld met nitriet is botulisme bij de mens vrij zeldzaam. Botulisme komt wel nog regelmatig voor bij vee, kippen en watervogels. Denk daarbij ook aan Salmonella en Campylobacter, die veel gevonden worden op kip.

Dioxines

Een dioxine is een verzamelnaam voor een groep van organische verbindingen die kunnen ontstaan bij verbranding van materialen die chloor en veel chloriden bevatten. Sommige zijn zeer giftig en kunnen het ontstaan van kanker bevorderen, het immuunsysteem aantasten en schadelijk zijn voor de voortplanting en de groei van de ongeboren vrucht. De moeilijkheid bij het vaststellen van de door dioxinen veroorzaakte nadelige effecten op de volksgezondheid is dat het daarbij gaat om chronische effecten, waaraan ook een groot aantal andere, al dan niet aan dieet gerelateerde factoren bijdraagt.

Zware metalen

Zware metalen, zoals kwik en fluor. De laatste is net zo giftig als arsenicum en de eerste zet zich vast in de hersenen waardoor degeneratieve ziektes op de loer liggen. Hoe slechts het voorje gezondheid is, hangt af van de vorm waarin kwik je lichaam binnenkomt; Metallisch kwik vormt nauwelijks een risico, maar methylkwik is een stof die neurotoxiciteit veroorzaakt, met name bij het ongeboren kind. Een recent rapport van de National Research Council van de VS stelt dat met name kinderen van vrouwen die relatief veel vis en schaaldieren eten een verhoogd risico hebben op ontwikkelingsstoornissen als gevolg van blootstelling aan methylkwik in de baarmoeder.

E-nummers

Er zijn zoveel verschillende E-nummers dat het vrijwel onmogelijk is om daar iets over te zeggen. Van de 10.000 E-nummers zijn er een paar honderd geklassificeerd in groen (onschadelijk of onbekend), oranje (onzeker) en rood (gevaarlijk). Maar het blijft best ingewikkeld om door deze bomen het bos te zien. Ik raad in ieder geval de volgende E-nummers ten zeerste af:

E 621 – Monosodiumglutamaat (smaakversterker)
Daar zijn vele andere benamingen voor bedacht, waarvan de bekendste is Ve-tsi of Ve-tsin. Komt in zeer veel producten voor, het meeste in chips en soepen.

Bijwerkingen: astma-aanvallen, slapeloosheid en hartkloppingen.

E950, Acesulfaam-K (zoetstof)
Deze zoetstof treffen we voornamelijk aan in light drinken, zoetjes, oploskoffie, noga, bonbons, kauwgom, koffiecreamer en vruchtenyoghurt. Acesulfaam-K is volledig synthetisch en is 100 – 200 maal zoeter dan suiker. Het wordt vaak ingezet in combinatie met andere zoetstoffen omdat het deze versterkt. Deze zoetstof wordt geassocieerd met een verhoogd cholesterolgehalte, kanker en leukemie. Erg extreem en moeilijk te bewijzen, maar deze beter toch mijden.

E951 – Aspartaam (zoetstof)
Wordt voornamelijk toegevoegd aan light-producten als suikervervanger. De stof is 200 keer zoeter dan suiker. Er zijn erg veel (extreme) bijwerkingen gerapporteerd, maar dit zijn de voornaamste: hoofdpijn, migraine, duizeligheid en stemmingsverandering. Bovendien is het bewezen kankerverwekkend. Meer hierover in Niet Te Verteren.

Leave a Reply