Skip to main content

Als het over gezondheid gaat, kom ik het woord ‘genezen’ vaak tegen, maar niet altijd – of beter meestal niet – in de juiste context. Zo spreekt de allopathische zorg over ‘geneeskunst’ als ze het heeft over het in stand houden van ziektes in plaats van het bevorderen van gezondheid, een leven zonder ziekte. Alsof ze ons op het hart drukt dat we ons geen zorgen hoeven te maken over onze gezondheid, de allopaten kunnen alles! Met hun medicijnen en hun tien-minutengesprekjes denken ze alles op te kunnen lossen. Voor de goede orde: dit is niet altijd waar.

Rockefeller

De allopathische ‘zorg’ is begin vorige eeuw uitgedacht door JD Rockefeller. Hij had fortuin gemaakt in de olie en gebruikte dat geld om zijn plan uit te voeren. Dat plan was gestoeld op monopoly, om te beginnen het monopoly op olie. Daarna was zijn doel het monopoly op gezondheid, geld, voeding en leven. Hij wilde dus alles. Toen hij zijn plan bedacht, had hij al het monopoly op olie. Zijn tweede monopoly op gezondheid betaalde hij met het geld dat hij in de olie had verdiend. Hij was toen al zo rijk dat hij relatief nu nog steeds de rijkste man op aarde zou zijn. Het monopoly op geld kreeg hij yoen hij de Amerikaanse bank over nam. Met de laatste twee – voeding en leven – is hij al aardig op weg. De komende jaren zal blijken of en hoe hij (zijn familie) deze laatste stappen kan zetten of dat er iets tussen komt. Dat onder de Rockefeller Foundation walgelijke bedrijven als Monsanto hangen, die zich, gesteund door de overheid, zelfs patenten op groente toe eigenen belooft niet veel goeds.

Om er voor te zorgen dat dat het fundament zou worden van deze nieuwe – allopathische – zorg zette hij in Amerika de universiteiten (opleidingsinstituten voor artsen) voor de keuze: of je doet mee, dan krijg je geld. Of je doet niet mee en dan raak je je vergunning kwijt. Daardoor werd het aantal universiteiten gehalveerd en de homeopathie, die toen leidend was, had nog maar weinig in te brengen. De basis van de andere helft van de universiteiten was medicijnen gebaseerd op olie. Aangezien zijn doel niet was om mensen beter te maken, maar om zoveel mogelijk geld te verdienen, werkten de artsen volgens door hem bedachte protocollen: tien minuten gesprekjes, verwijsbriefjes en behandelingen (operaties). Het ging dus niet om genezing, maar om betaalde ziektes. En nu, meer dan een eeuw later, weten we niet beter; als we ziek zijn, gaan we naar de huisarts, die schrijft ons synthetische medicijnen voor of verwijst ons door naar het ziekenhuis. Dat is in de meeeste landen niet anders. Allemaal ‘dankzij’ Rockefeller. Aan de andere kant kennen we nu de homeopathische geneeskunst. Deze artsen mogen zich geen arts  noemen, geen diagnose stellen, maar worden als alternatieve therapeuten gedoogd of zelfs als ‘kwakzalvers’ gezien.

Kentering

Zijn ideeen en zijn ziel woekeren nog steeds voort en zijn misschien wel de belangrijkste invloedsfeer die er voor heeft gezorgd – en nog steeds zorgt – dat het aantal chronisch zieken zo vliegensvlug is gestegen. Je zou denken dat de overheid zijn stinkende best zou doen om ons, en zeker onze kinderen voor ziekte te behoeden, maar tijdens de afgelopen corontijd is wel duidelijk geworden dat niet zo is. Dat alle ziekmakende producten in de supermarkt daaruit verbannen zouden worden, dat al die winkeltjes die ongezonde voeding verkopen uit de binnenstad geweerd zouden worden, dat bij gesprekken over een gezondere wereld de fabrieken die al die bewerkte zooi op de markt brengen, niet betrokken zouden worden, dat kon je met je ogen dicht aan zien komen. Met andere woorden: we worden eerst ziek gemaakt en vervolgens ziek gehouden. Toch zie ik, zij het langzaam, een kentering.

Aan alle kanten wordt er aan de poten van deze allopathische ‘zorg’ gezaagd. Nog nooit is er zoveel aandacht geweest voor wat we gek genoeg een ‘alternatieve’ kijk op en aanpak van onze gezondheid noemen. Langzaam maar zeker druppelt het bewustzijn door dat we voor onze gezondheid beter niet afhankelijk kunnen zijn van deze doctrine. Sterker nog dat we deze klus beter zelf kunnen klaren, de regie over onze gezondheid beter zelf in handen kunnen nemen. De angst voor ziekte, die ons jarenlang hebben verblind, verdwijnt stukje bij beter; de gedachte dat een huisarts – hoe goed bedoeld ook – ons kan genezen van de welvaartsziektes die de laatste decennia een boost hebben gegeven aan de opmars van chronish zieken in ons land, blijkt steeds meer een narratief. Hoe gemakkelijk het ook is: de gedachte van een pilletje en hup, je bent weer beter, is een farce en dat wordt steeds meer doorzien.

De andere kant

Aan de andere kant zie je steeds meer gezonde eetpatronnen op komen, steeds meer mensen die beginnen te zien dat gezondheid helemaal niet zo ingewikkeld is, dat je met een dosis gezond verstand en een klein beetje moed al een heel eind kan komen, in ieder geval een stuk verder dan met behulp van de syntetische medicijnen die de huisarts ons voorschrijft. Zo stuitte ik in de Andere Krant op een artikel waar de waarheid wordt omgedraaid: ‘Voorkomen en genezen met voeding’ is de titel. Het is geschreven door Maarten Klatte die al sinds 1983 in Rhenen bezig is om mensen te genezen door middel van leefstijlgeneeskunde. Daarin doet hij haarfijn uit de doeken wat dat is, waarom dat wel geneest en wat jij, de gewone mens, eraan kunt hebben. Voeding is daarbij een belangrijke pijler, maar zeker niet de enige.

Om hem te begrijpen, hoef je beslist niet jaren gestudeerd te hebben. Als je dit artikel hebt gelezen, weet je al meer dan een doorsnee huisarts over wat gezond is, hoe je het kan worden en vooral hoe je het kan blijven, en dat zonder de medicijnen van Rockefeller. ‘Bewustwording van het potentieel dat voeding heeft om onze gezondheid te bevorderen of in stand te houden en te schaden, is al voldoende’. Met deze eerste zinnen haalt hij de allopathische aanpak direct onderuit: het grootste deel van de bewerkte voeding die wordt aangeboden in o.a. de supermarkt, heeft niets meer te maken met wat de natuur produceert. De ‘nieuwewetse’ aanpak is gebaseerd op in laboratoria ontwikkelde synthetische stoffen die ons lichaam niet herkent als voeding, waardoor we ziek worden. ‘Knutselvoeding’ noemt Klatte het. ‘Onze voedingsomgeving is toxisch (giftig) geworden. Ze maakt ons ziek, onvruchtbaar, moe en nerveus.’

Daar kan je niet vroeg genoeg mee beginnen…

Volgens Klatte moeten we daar iets aan doen. We moeten ons inzetten voor een andere eetcultuur en daar moet op scholen al mee worden begonnen. Hoewel ziekte niet alleen bepaald wordt door ongezonde voeding, is het wel een belangrijke pijler. We moeten volgens hem weer leren wat gezonde voeding is. Hoe we de etiketten op de producten in de supermarkt moeten lezen, hoe we gezonde producten kunnen herkennen en klaarmaken. Dan hebben we inderdaad geen medicijnen nodig. Als we weten zoals onze voorvaderen altijd gegeten hebben, dan worden we niet zo snel ziek en hoeven we dus ook niet te genezen. Daarbij speelt preventie een doorslaggevende rol. Dat de overheid, in nauwe samenwerking met de grote voedingsbedrijven, zich daar niet mee bezig houdt, zegt genoeg. We moeten dus voor ons zelf leren zorgen, buiten de allopathische zorg en de overheid om. Dat is zijn belangrijkste boodschap. Zijn argumenten zijn zo duidelijk en begrijpelijk dat ze voor iedereen toegankelijk zijn.

Om te beginnen moeten we ons realiseren dat de keuzes die we op het gebied van gezondheid maken, een wereld van verschil kunnen betekenen. Je kan van voeding namelijk super gezond worden, of – zoals miljoenen anderen – chronisch ziek. ‘Welke voeding we kiezen, vertaalt zich in de kwaliteit van leven, de kans op ziekte en gezondheid en de levensduur.’  De arts en onderzoeker Dean Ornisch toonde als eerste aan dat je met interventie op het gebied van voeding, maar ook van beweging en stress binnen drie maanden ‘de concentratie van het enzym telomerase verhoogt. Langere telomeren’ zegt hij, ‘hangen samen met beide factoren’: een leven dat niet alleen langer is, maar ook gezonder. Wie wil dat nou niet? Het omgekeerde is trouwens ook waar, des te korter de telomeren, des te groter de kans dat we op jongere leeftijd ziek worden en eerder het loodje zullen leggen.’

Telomeren, houd ze in de gaten.

‘Telemorase is het enzym dat telomeren (de uiteinden van onze genen, die door slijtage steeds korter worden) repareert en weer verlengd. Er is een verband aangetoond tussen telomeerlengte en levensduur.’ Voor die conclusie kregen Elisabeth Blackburn en Elissa Epel de Nobelprijs voor de Geneeskunde. Hoe dan ook, dit onderzoek toont klip en klaar aan dat we zelf het verschil kunnen maken tussen chronisch ziek en chronisch gezond en daar speelt een gezonde levensstijl logisherwijs een zeer belangrijke rol bij. Zelfs als je nu al chronisch ziek bent. ‘Dit heeft te maken met de omkeerbaarheid van ziekte, ja zelfs van chronische ziekte. Daar zijn inmiddels genoeg voorbeelden, zoals Diabetes, hartziekte, astma en zelfs kanker.’ Hoewel er vrijwel dagelijks aan ons wordt gevraagd om middels een donatie ons steentje bij te dragen aan onderzoek, denk ik dat we beter de wijze weg van Klatte kunnen volgen dan die van de farmaceuten, zorgverzekeringen en partijen als de KWF die jouw geld eerder verdelen onder de aandeelhouders dan dat ze er onderzoek mee doen naar hoe we de genoemde ziektes kunnen genezen. Daar heeft de farmaceutische industrie namelijk niet zoveel baat bij. Een gezonde ‘patiënt’ levert niets op.

Medicijnen zullen ons daarbij ook niet helpen, simpelweg omdat het doel van de farmaceutische industrie niet is om ons te genezen, maar om de ziekte in stand te houden. Dus zullen we het zelf moeten doen: voeding kan dat namelijk wel. Maar wat moet je dan eten en wat juist niet? En vooral waarop kan je als consument vertrouwen? In ieder geval niet op de voedingsindustrie, de overheid en dus het Voedingscentrum. Zelfs het al eeuwen bewezen super gezond eetpatroon als het Pioppi-dieet kan bij het Voedingscentrum geen goed doen. Dit traditionele mediterrane dieet – maar dan met minder koolhydraten – kan bij dit centrum geen goed doen. Samengevat komt het hier op neer: veel groente en fruit (zonder pesticiden), eventueel aangevuld met vitaminen, kan ziekte voorkomen en zelfs genezen. Daar komt geen medicijn aan te pas, minder kosten en geen bijwerkingen zijn een prettige bijvangst.

Maar hoe weet je nu dat ‘informatie’ waar is? Er is net zoveel informatie over voeding als verwarring doordat zogenaamde experts elkaar tegenspreken. Dat klopt, maar het verschil zit hem in de reden waarom iemand iets roept. Dat het Voedingscentrum een ander geluid laat horen dan de onafhankelijke onderzoeker, heeft te maken met welke belangen het heeft. Aangezien het Voedingscentrum aan de kant van de landbouw en veeteelt staat, en de onderzoeker op zoek is naar de echte waarheid (anders zou hij wel de taal van de producent en fabrikant spreken), ligt de waarheid voor de hand. Maar zoals chronischgezond.nu propageert is alles wat je immuunsysteem versterkt gezond en alles wat het verzwakt, ongezond. Oftewel: alles wat lichaamseigen is, is gezond en lichaamsvreemd juist ongezond.

Ontstekingen

Maar Klatte komt nog met een ander goed en logisch advies: ‘Ga op zoek naar producten die ontstekingen remmen’. Daar alle welvaartsziektes worden veroorzaakt door ontstekingen, is het logisch dat je daar iets tegen doet; niet door de synthetische medicijnen (die zijn immers lichaamsvreemd), maar door gezonde voeding. Er zijn namelijk nogal wat producten die ontstekingen tegengaan, alleen zijn dit lciaamseigen stoffen of producten. Dan is de volgende stelling logisch: ‘Kiezen voor voeding die een ontstekingsremmende werking heeft, en het remmen van ontstekingsbevorderende voeding, is de beste strategie.’

Denk daarbij aan (producten) met een hoog gehalte aan Omega-3 vetzuren, stop met vlees of stap over op biologisch vlees en plantaardige (biologische) voeding, eventueel aangevuld met eieren (drie per dag is toegestaan) en af en toe vette vis. Nodig is het overigens niet, want ook al ben je vegetariër dan krijg je met groentes als linzen, peulvruchten, bonen, noten, zaden, vokoren granen, etc. ruim voldoende eiwitten binnen. Als sterke dieren als olifanten en gorilla’s uitsluitend planten eten, waarom zou dat voor ons dan niet voldoende zijn? Maar weet dan dat Vitamine-D tegen vrijwel alle chronische ziektes helpt. Als je D3 lager ligt dan 100 nanogram per liter neem dan dagelijks 5.000 tot 10.000 IU vitamine D3. Kijk dan een half jaar later nog eens of je D3-gehalte beter is geworden. Andere mineralen waar we vaak een tekort aan hebben, zijn zink, selenium, magnesium, Omega-3 vetzuren, jodium, en Vitamine B12. Of een een goede kwaliteit munitivitamine, aangevuld met Krill-olie en vitamine D3.

Maar zoals ik al zei, voeding is niet het enige ‘medicijn’. Er zijn meer wegen die naar Rome leiden: denk aan voldoende (meer niet teveel) beweging, ontspanning (om stress te voorkomen) en voldoende ‘verbinding’. Een goed sociaal leven. Ben je niet helemaal zeker van je zaak, dan is er nog een manier om erachter te komen of je goed bezig bent, namelijk: meten! Bijvoorbeeld bij je huisarts, specialist of alternatieve genezer kan je laten meten met de CRP-test of CRP-hs-test. En natuurlijk – misschien wel het aller belangrijkste – een flinke dosis gezond verstand.

 

 

 

 

Leave a Reply